Werken als begeleider

Lees op deze pagina het verhaal van:

Remi Derks over werken in de Flexpool

Remi Derks (51) werkt sinds een jaar voor de Flexpool. Hij vertelt over zijn werk, hoe hij veertien jaar geleden is begonnen bij Esdégé-Reigerdaal. Hij kwalificeert zichzelf als een vakidioot, een idealist. Praat over zijn uitdagingen en de manier waarop hij in zijn werk staat. En hoewel zijn werk hem veel voldoening geeft, is het niet zijn enige passie.

De woonkamer heeft een nis. Een kleine ruimte met twee draaitafels en een houten bak met singles. Honderden. Aan de appelgroene muren pronken, soms wat smoezelige, flyers en posters van feesten en festivals. “Ik draai alleen vinyl. Mp3’s vind ik niks.” Blootvoets staat Remi achter de draaitafels. De koptelefoon op zijn hoofd bedekt slechts één oor. De manier waarop hij de ene na de andere plaat uit de bak vist, lijkt misschien willekeurig, maar niets is minder waar. Eenmaal op de draaitafel lopen de nummers naadloos in elkaar over en ontstaat een muzikaal pallet dat zichzelf ontstijgt. Remi, medewerker van de Flexpool, is tevens reggae dj. Al dertig jaar brengt hij het Jamaicaanse erfgoed ten gehore in binnen- en buitenland.

Remi achter zijn draaitafels:
“Ik draai alleen vinyl, mp3’s vind ik niks.”

Leef!
“Vroeger had ik nooit het gevoel dat ik iets nuttigs deed. Ik werkte gewoon voor het geld en dat was het. Mensen om mij heen zeiden altijd: je moet in de zorg gaan werken, je bent een echte zorg-topper. In die tijd had ik het gevoel, bij wijze van spreken, amper voor mijzelf te kunnen zorgen. Ik was alleen en leefde er lekker op los. Muziek was mijn passie, ik kocht platen van mijn verdiende geld en keek daarna wel hoe ik de maand door ging komen. Later kreeg ik verkering en werden onze kinderen geboren. Ik zag dat het zorgen voor mijn kinderen mij best wel makkelijk afging. Misschien was de zorg inderdaad wel iets voor mij.”

“Het werk in de zorg heeft mijn leven leuker gemaakt”

Dars 9
Uiteindelijk zette Remi de stap om te solliciteren. Niet specifiek gericht op mensen met een beperking, maar op allerlei plekken waar je met mensen kon werken. “Ik solliciteerde overal. Bejaardenhuizen, jongerencentra, poppodia. Ik ging er blanco in want ik had nog geen gerichte opleiding. Uiteindelijk werd ik op gesprek gevraagd bij Dars 9. ‘Levenservaring is belangrijker dan opleiding’, had er letterlijk in de vacaturetekst gestaan. Na het gesprek werd ik gebeld door clustermanager Guus de Rijcke. Ik was het net niet geworden. Bij een nieuwe vacature wilde hij mij echter wel weer graag spreken. In die tijd verwijderde ik asbest op Schiphol. Leuke collega’s en het betaalde goed, maar het was slecht werk en voelde totaal nutteloos. Na korte tijd hing Guus opnieuw aan de lijn. De jongen die was aangenomen had zijn been gebroken. Of ik wilde komen? Ik ben die middag meteen naar mijn baas gelopen en heb mijn spullen ingeleverd. Dat is veertien jaar geleden.”

Succesverhaal
Na drie jaar Dars 9 ging Remi op DAC 5 (destijds heette dat nog TIO, Team Intensieve Ondersteuning, red.) werken. “Dat was heel erg leuk om te doen. De ondersteuning die gegeven moest worden was intensief. Ik leerde daar een jongen kennen die de hele dag in een Zweedse band zat. We kregen toestemming om te proberen hier verandering in te brengen. We mochten hem een halfuurtje per dag uit de band halen om te kijken hoe dat ging. In dat halfuurtje kwam alle energie er natuurlijk uit. We gingen wandelen in het park en daar rende hij dan heel hard heen en weer. Hij kon totaal niet met zijn energie omgaan. We zijn het blijven proberen en het is gelukt om hem uit die band te krijgen. Natuurlijk zijn we daarbij ook door diepe dalen gegaan, maar dat was het dubbel en dwars waard.”

Mensen denken vaak dat je geen voldoening kunt halen uit dit werk, dat je niks terugkrijgt. Dat heb ik nooit zo ervaren. Als je het uit de kleine dingen weet te halen, krijg je juist heel veel terug. Het werk in de zorg heeft mijn leven leuker gemaakt. Nuttiger. De mensen die zeiden dat ik in de zorg moest gaan werken, hadden gelijk.”

Flexpool
Een jaar geleden is Remi begonnen bij de Flexpool. Dit bevalt hem prima. “Doordat je niet vast bij een team hoort, hoef je niet overal wat van te vinden. Dat vind ik prettig werken. Natuurlijk kijk ik naar hoe dingen gaan, maar ik hoef niet overal wat mee. Ik mag erop vertrouwen dat mijn collega’s al over bepaalde zaken nagedacht hebben. Daarnaast kan ik mij voornamelijk bezighouden met de zorg omdat er allerlei dingen zijn die ik niet hoef te doen. Zo ben ik niet bij vergaderingen en schrijf ik geen ondersteuningsplannen. Die tijd kan ik besteden aan de cliënt.”

“Het werken via de Flexpool is voor mij afwisselend en uitdagend. Wanneer ik met een cliënt werk die ik niet ken, sta ik eigenlijk al met 1-0 achter. Ik moet dan net even wat meer geven en dat maakt het voor mij leuk. Doordat ik veel ervaring heb, kan ik snel schakelen. Tegelijk is de Flexpool ook een plek waar je kunt ontdekken welke doelgroep je leuk vindt. Volgens mij is een van de belangrijkste dingen dat je iedereen voor vol aanziet. Vanuit die houding stap ik ergens naar binnen. Dan wacht ik af wat ik terugkrijg en pas mij vervolgens aan.”

“Wanneer cliënten ingewikkeld gedrag vertonen is het belangrijk dat je stevig in je schoenen staat. Daarmee bedoel ik dat het belangrijk is dat je ontspannen en rustig bent en blijft. Zodra je stress voelt of je voelt je ongemakkelijk in een situatie, reageert een cliënt daarop. Ze voelen je stemming feilloos aan. Wanneer je dus zelf rustig en ontspannen bent en goed in je vel zit, maak je het vaak makkelijker voor een cliënt. Het geeft hem of haar een gevoel van veiligheid.”

“Natuurlijk is het zo dat ik vanuit de Flexpool minder snel een band opbouw met een cliënt. Tegelijk werk ik al best lang binnen de organisatie en kom ik vaak cliënten tegen die ik al ken. Ik denk dan: hé, jou ken ik, wat leuk je weer te zien. Ook zijn veel cliënten naar buiten verhuisd, weg van het Reigersdaalterrein. Ik zie dan waar ze zijn gaan wonen en hoe het daar met ze gaat. Dat is leuk.”

Ik wil het beter maken voor cliënten.
Daarvoor kom ik op mijn werk.

“Toen ik net bij de Flexpool werkte, werd ik veelal op pad gestuurd. Nu is dat anders en vul ik meestal mijn eigen werk in. Wanneer de Flexpool belt voor een klus, zorg ik ervoor dat daar ruimte voor is. Het bijhouden van mijn uren doe ik via een digitaal portaal. Daar staan ook de beschikbare diensten in. Per drie maanden moet ik uitkomen op mijn contracturen. De ene keer werk ik dus wat meer en de andere keer wat minder. Op deze manier kan ik mijn eigen werk en uren indelen, dat vind ik een voordeel.”

“Mijn werk doe ik vanuit idealisme. Ik wil het beter maken voor cliënten. Daarvoor kom ik op mijn werk, om iets te kunnen betekenen. Voorheen had ik een baan om geld te verdienen. Dat is nu anders. In die zin ben ik wel een vakidioot.”

Ondertussen spint de zoveelste zwarte schijf op 45 toeren. Met een speels gemak draait Remi platen voor zijn waarschijnlijk kleinste gehoor ooit. Anderhalf jaar geleden hing Remi Derks zijn muziek aan de wilgen. Na 30 jaar gedraaid te hebben op zo’n beetje alle grote feesten in binnen- en buitenland, was het mooi geweest. Lowlands, Zwarte Cross, Reggae Sundance, Ruigoord, Reggae Geel, voor honderdduizend mensen op het Museumplein. Hij had er gestaan. Wat restte was het slotakkoord; een afscheidsfeest en een punt erachter. “Ik zei altijd: ik heb een wekker en een baan, dat geldt niet altijd voor mensen waarmee ik werk. Als het weekend is, wil ik iets met mijn kinderen doen. Dan kan ik niet tot diep in de nacht op feesten draaien.” Klinkt logisch. Toch kroop het bloed waar het niet gaan kon. “Na een maand miste ik het al,” lacht hij enigszins beschroomd. “Toen had ik alweer een paar mooie klusjes aangenomen. Feesten met echte reggaeliefhebbers. Draaien voor mensen die de muziek kennen, zoals laatst op het strand van Bloemendaal. De afterparty in het programma van Damian Marley (zoon van Bob Marley, red.). Dat vind ik leuk.”

Lees hier meer over de Flexpool.

 


Knuffelen met woorden

Joyce Heijligers, Begeleider bij cluster Buitenhof 1:

Ze legde verbindingen tussen haar fregat, de wal en andere schepen. Via morseseinen en radiocommunicatie. “Verbindelaar of seiner noemen ze dat”, vertelt Joyce Heijligers (40). Jaren werkte ze bij de Koninklijke Marine en zorgde ervoor dat eenheden van elkaars tactische manoeuvres op de hoogte waren. Ze stuurde olietankers in de juiste richting zodat er veilig bijgetankt kon worden en ging in weer en wind aan dek om met grote lichtbakken signalen te versturen. “De jassen die je dan aantrok waren aan de buitenkant van een soort plastic. Ze waren lekker warm, maar stonken verschrikkelijk”, haalt ze wat herinneringen op.

Sinds anderhalf jaar is Joyce terug ‘aan wal’ en werkt ze op Buitenhof 1. Een zij-instromer pur sang. Haar levenservaring en haar werk op zee hebben haar gemaakt tot wie ze is. En hoewel er in haar werk heel veel veranderd is, is één ding nog steeds ontzettend belangrijk: verbinding. Nu niet meer tussen fregatten en andere eenheden, maar tussen haar en de cliënt. “Zonder verbinding,” zegt ze, “begin je niets, helemaal niets.”

Buitenhof 1 is een woonlocatie in Heerhugowaard en is gelegen aan het Recreatiegebied ‘Park van Luna’. De acht cliënten die op de locatie wonen hebben ieder een eigen appartement bestaande uit een woonkamer, een slaapkamer, een keuken en een badkamer. De cliënten functioneren sociaal-emotioneel op een niveau van 0-18 maanden. Vanwege hun complexe ondersteuningsvraag en hun soms moeilijk verstaanbare gedrag, krijgen zij intensieve begeleiding.

Dicht bij jezelf blijven
Douwe, een van de cliënten, roept vanuit zijn appartement, waar hij televisiekijkt. Joyce loopt naar binnen, hurkt naast zijn luie stoel en leunt naar hem toe. “Heb je lekker koek gegeten?” vraagt ze zorgzaam terwijl ze opgewekt wat kruimels van zijn overhemd plukt. “Zo te zien was het lekker.” Douwe zegt iets onverstaanbaars, volgt haar handbewegingen over zijn buik en kijkt haar vervolgens aan. “O ja?”, antwoord ze hem. “En nu dan? Wil je nog televisiekijken?” Er volgt een, voor een buitenstaander, identieke en dus even onbegrijpelijke reactie als zojuist, waarna Douwe zijn blik op de televisie richt. Op het scherm zitten Bassie en Adriaan de boeven B2 en B3 op de hielen. Joyce, die Douwe klaarblijkelijk begrepen heeft, staat weer op en geeft hem een kus op zijn wang. “Ik kom zo nog even terug”, zegt ze zacht.

“Iedereen heeft liefde en warmte nodig, toch?”

“Ik vind het belangrijk om cliënten te laten voelen dat ik om ze geef”, vertelt ze wanneer ze het appartement verlaat. “Daarom geef ik hem een kus. Dat kun je alleen doen als het bij je past. Het is belangrijk om dicht bij jezelf te blijven. Dit is gewoon wie ik ben. Iedereen heeft liefde en warmte nodig, toch?”, vraagt ze zonder een antwoord te verwachten. “Bij sommige cliënten moet je dit juist niet doen, zij reageren er niet goed op. Dan knuffel ik ze niet, maar verzin iets wat ze wel aankunnen. Ik wrijf dan, bijvoorbeeld bij het aantrekken van een trui, een keer extra over hun rug. Gewoon alsof ik de trui nog even recht trek.” Ze lacht er heimelijk bij, zichtbaar genietend van het zoeken naar manieren om cliënten te laten voelen dat ze er mogen zijn.

Alles komt goed

“Ik doe dit werk omdat ik van mensen houd,” vertelt Joyce, “dus ook van de cliënten. Misschien niet zoals ik van mijn eigen kinderen houd, maar als er iets met een van hen is, gaat het mij echt aan het hart. Daarnaast vind ik het werk interessant en boeiend. Ik ben benieuwd naar wat er allemaal in iemands hoofd omgaat en waarom hij of zij bepaalde dingen doet.” Ondertussen lijkt Bas, een van de bewoners, aandacht nodig te hebben. Hij bonkt op de deur van zijn appartement. Joyce loopt naar hem toe en gaat bij hem staan. “Wat is er Bas?”, vraagt ze kalm. Bas kijkt in haar richting en wordt rustiger. “Ga anders even lekker aan je tafel zitten”, vervolgt ze. “Er is niets aan de hand, alles komt goed.” De toon van haar stem is zacht en vriendelijk. ‘Knuffelen met woorden’, noemt ze dat en het lijkt te werken.

Automutilatie

Joyce: “Sommige cliënten automutileren (Red. zelfbeschadiging). De reden hiervoor kan spanning zijn, maar dat is lang niet altijd duidelijk. Bij Anne, ga ik bijvoorbeeld, wanneer ze dit doet, naast haar zitten. Ik besteed er geen aandacht aan, want dan gaat ze juist door. Anne houdt ervan papier te scheuren of tape af te rollen. Van de week was ze wat gespannen en ging ik naast haar zitten. Ik pakte een rol tape en begon ‘m af te rollen. Ik vond het zelf ook wel rustgevend”, lacht ze. “Na een tijdje zei ik: ‘Zo, nu mag jij het verder doen’. Toen werd ze weer helemaal rustig.”

Soms kun je de hele wereld aan, soms ook niet…

De cliënten waarmee Joyce werkt, kunnen moeilijk verstaanbaar gedrag vertonen. Daardoor is het niet altijd even makkelijk hen te begrijpen. “Dat maakt het werk uitdagend”, vertelt ze. “De ene keer heb je het gevoel dat je een cliënt kunt begrijpen en dat je contact met hem of haar hebt weten te maken, terwijl het de volgende keer weer helemaal anders kan zijn. Hierdoor kun je soms aan jezelf gaan twijfelen. Je kunt dan het gevoel krijgen alsof je faalt. Wanneer mij dat overkomt geeft dat soms een rotgevoel. Collega’s zijn dan belangrijk om te helpen. Je praat met elkaar om te proberen de cliënt beter te begrijpen en te ontdekken wat je anders had kunnen doen. Het tegenovergestelde komt overigens net zo vaak. Het zijn de momenten waarop er juist veel verbinding is met de cliënt. Als het mij lukt om het voor iemand beter of gezelliger te maken, ervoor te zorgen dat iemand zich thuis en geborgen voelt, dan krijg ik daar een enorme kick van. Het is een geweldig gevoel, alsof ik de hele wereld aankan.”

Voelsprieten

Werken op Buitenhof 1 vergt een aantal belangrijke vaardigheden. Doordat het gedrag van de cliënten vaak moeilijk te begrijpen is, is het voor medewerkers belangrijk om over goede voelsprieten beschikken. Hierdoor kunnen zij beter aansluiten bij de cliënt. “Voelen is in dit werk belangrijk, dat begint meteen wanneer je binnenkomt. Je gaat observeren en probeert aan te voelen hoe een cliënt in z’n vel zit. Hoe vaker je dit doet, hoe beter je erin wordt. Wanneer je een cliënt aanvoelt, kun je hem of haar beter begrijpen en daardoor beter ondersteunen.”

“Je moet stevig in je schoenen staan”

Vertrouwen

Joyce en haar collega’s proberen de cliënten een prettig thuis te bieden. Ze creëren rust en overzicht voor de cliënten, waardoor zij zich veilig kunnen voelen. Joyce: “Om dit werk te kunnen doen, moet je stevig in je schoenen staan. Je moet je grenzen kennen zodat je weet wat je aan kunt en wat niet. Je moet hulp kunnen vragen en bieden en weten wanneer je uit een situatie moet stappen. Dit betekent dat ik op mijn collega’s moet kunnen vertrouwen en dat ik open moet kunnen zijn over hoe ik in mijn vel zit. We hebben allemaal wel eens een rotdag. Wanneer je je gespannen voelt, bestaat de kans dat cliënten dit oppikken en daardoor zelf ook gespannen raken. Door open te zijn naar collega’s, kun je bijvoorbeeld taken even anders verdelen. Cliënten kunnen daar dan baat bij hebben.”

Zij-instromer

Binnenkort start Joyce met de supportopleiding. Tijdens deze tweejarige opleiding wordt ze opgeleid tot cliëntbegeleider. “Ik heb zelf een zusje (34) met een ernstige beperking, zij functioneert op babyniveau. Vanwege haar wilde ik eigenlijk altijd al in de zorg werken. Door omstandigheden kwam het er niet van en toen ik eenmaal een baan had, vond ik het moeilijk om te switchen. In mijn vorige werk zat ik vaak ’s nachts op de brug van het schip. ‘Zal ik ooit nog in de zorg gaan werken?’, dacht ik dan. Toen was er bij Esdégé-Reigersdaal een kans. Die heb ik met beide handen aangegrepen. Dat ik nu de supportopleiding mag gaan doen, vind ik geweldig en ik heb er heel veel zin in. Ik hoop met collega’s te kunnen praten over ons werk, nieuwe inzichten te krijgen en veel dingen te leren.”

Joyce Heijligers, een van de gezichten van Esdégé-Reigersdaal, van Buitenhof 1 om precies te zijn. Begonnen op de brug van een marineschip. Als seiner, verantwoordelijk voor verbindingen en nu werkzaam in de zorg. Een wereld die ze leerde kennen via haar zusje. Een wereld waarin contact en verbinding opnieuw van groot belang zijn. Joyce: “Voor mij betekenen contact en verbinding dat je er mag zijn, gewoon als mens, dat je ertoe doet en dat je gezien wordt. Dat is volgens mij voor iedereen belangrijk. Voor mijzelf, voor mijn collega’s en in het bijzonder voor onze cliënten.”

 


De rijkste vrouw op aarde

Manon Bruyns, Begeleider bij cluster Groen & Doen:

“Als ik ’s ochtends door het park naar mijn werkplek loop voel ik mij de rijkste vrouw op aarde.” De gelukkige is Manon, begeleider op Boerderij De Bongelaar in Heerhugowaard. De boerderij is een dagbestedingslocatie waar cliënten zorgen voor het terrein en de dieren. “Wij zeggen medewerkers hoor, tenslotte werken we met zijn allen op de boerderij. We zijn de hele dag bezig met onder andere stallen uitmesten, het terrein aanvegen, dierverzorging en bezoekers te woord staan.”

Iedere dag weer iets nieuws

Manon ondersteunt als begeleider de medewerkers bij hun werkzaamheden. Het werk wordt verdeeld en iedereen draagt zijn steentje bij. Sommige cliënten beleven de sfeer en gezelligheid van de boerderij. Anderen kiezen een klus en dan hoor je wel wanneer het af is. “Ik zie het werk als begeleider echt als een samenwerking met een heel diverse groep mensen. Wat ik ook zo grappig vind is dat ik hier nog maar kort werk en de medewerkers mij regelmatig vertellen hoe dingen gebeuren moeten op de boerderij. Ik leer iedere dag weer iets nieuws.”

Al werkende leren

Boerderij de Bongelaar is ook een leerwerkplek, mensen kunnen dus al werkende leren. “Iedereen heeft zijn of haar kwaliteiten die we inzetten. Imke wil bijvoorbeeld graag meer leren over dierverzorging. Zij pakt dan samen met de beheerders klussen aan zoals het knippen van de nagels van de konijnen. En voor je het weet kunnen mensen het zelf. Gaaf hè!”

< vorig verhaal  volgend verhaal >

Facebook Twitter Linkedin