Werken als (Senior) Cliëntbegeleider

Lees op deze pagina ook het verhaal van:

Ruimte om gewoon jezelf te zijn

Het werken op Activiteitencentrum Buitenhof is zeer afwisselend. Barry Schipper (35), Dave Hollanders (38) en Simone Dekker (31) vertellen over de manier waarop zij cliënten ondersteunen. Over veiligheid, vertrouwen en durf, over vallen en weer opstaan. Over jezelf zijn en het soms dolen en dwalen dat achteraf ‘leren in kleine stapjes’ bleek te zijn. Drie dertigers aan het woord over het werk dat hen na aan het hart ligt.

Ruimte en vertrouwen

Simone: “Onderling hebben we een beetje een no-nonsens-mentaliteit. Je mag hier zijn wie je bent. Dat maakt dat je ontspannen in je werk kunt staan. Dat is belangrijk, want veel in het werk wordt bepaald door je houding, of je ontspannen bent of niet. Cliënten voelen dat aan. Er wordt ons niet een bepaalde manier van werken opgelegd. Je doet veel op gevoel. Natuurlijk zijn er ondersteuningsplannen en methodieken waar je gebruik van maakt. Maar werken op gevoel blijft belangrijk. Cliënten kunnen namelijk onverwachte dingen doen. Dan heb je ruimte nodig om te kunnen handelen. Op die manier creëren we een sfeer waarbinnen cliënten zich op hun gemak kunnen voelen. Dat is heel belangrijk, want als cliënten gestrest zijn, kunnen ze zich niet ontwikkelen.”

“In het begin vond ik het best raar dat ik gewoon dingen kon gaan doen. Dat ik het vertrouwen kreeg. Ik wilde voor het eerst met een cliënt gaan fietsen. ‘Succes hè’, werd er gezegd, ‘bel maar als het niet lukt’. Ik dacht: vertrouwen ze mij? Dat ik dit kan? Het is ontzettend fijn wanneer je een nieuwe baan hebt en je collega’s vertrouwen erop dat je het aankunt. Dat ze zeggen: ‘Dat doe je goed’. Dat geeft je nét even dat zetje om dingen uit te proberen. Het vertrouwen in jezelf is uiteindelijk misschien wel het belangrijkste. Als ik geloof dat ik iets kan met een cliënt, dan pikt de cliënt dat op. Het geeft hem of haar een veilig gevoel. In ons team hebben we een positieve mindset: geloven is kunnen. In die zin draagt het vertrouwen dat je krijgt bij aan goede zorg.”

Barry: “Er was een cliënt die jarenlang niet meer gezwommen had. Ik dacht: ik ga het gewoon weer een keer proberen. Dat was spannend, want hij kon best wel eens uit de band springen. Toch heb ik het gedaan en het ging supergoed. Hij werd er helemaal blij van en ik ook. Weken later had hij het er nog over: “Varry zwemmen”, zei hij dan.

Simone: “Je kunt hier dingen uitproberen. De dag dat je buiten de lijntjes gaat, is de dag dat je je ontwikkelt. Zo werkt het voor de cliënten ook. We kunnen wel alles van minuut tot minuut voor ze vastleggen, maar dan ontwikkelen ze zich niet meer. Doordat je hier je eigen ontwikkeling aan mag gaan, kun je daarin, samen met de cliënt, groeien.”

Dave: “Dat je dingen mag uitproberen heeft ook te maken met het feit dat cliënten zich niet goed kunnen verwoorden.  Je observeert gedrag en weet vaak niet wat erachter zit. Heeft iemand spanning omdat hij het eten niet lekker vindt, of heeft hij last van zijn buik. Je weet het vaak niet. Dan moet je dingen durven doen om te ontdekken en te leren. Natuurlijk verschillen we onderling soms van inzicht. Dan is het belangrijk om open met elkaar te communiceren. Iedereen deelt dan zijn mening en zo kom je samen verder.”

Simone: “Reflecteren is ontzettend belangrijk. Als ik het gevoel heb dat iets niet goed gaat, vraag ik mijn collega’s wat zij ervan vinden en of zij dingen misschien anders hadden aangepakt. Daarnaast hebben we vergaderingen met onze orthopedagoog. Zij zorgt dan voor nieuwe inzichten, waardoor je opnieuw over dingen gaat nadenken.”

Afwisseling

Simone: “Soms doe je even niets met een cliënt. Dat is dan nodig. Even rust, een moment om prikkels te verwerken.”
Barry: “Dat vond ik in het begin wel wennen. De ene dag kon je lekker met cliënten naar buiten en de andere dag kon dat niet omdat het dan bijvoorbeeld te warm was. Ik moest leren zien dat het op dat moment beter was om binnen te blijven. De warmte zou te veel prikkels geven en dat was voor de cliënt, op dat moment, niet prettig.”

Simone: “Dat maakt het werk uitdagend. Je weet nooit van tevoren hoe cliënten die dag zijn, elke dag is anders. Soms heb je een dag dat je denkt: dit is zó relaxt. Maar vaak heb je het nog niet gedacht of er verandert ineens van alles en moet je vol aan de bak.”

Competenties

Simone: “Om het werk bij ons te kunnen doen moet je wel een aantal dingen kunnen. Je moet actief willen zijn en van een uitdaging houden. Je moet kunnen zien dat cliënten zo nu en dan aftasten of jij die veilige ander voor ze bent.”

Dave: “Je moet inderdaad stevig in je schoenen staan. Snappen dat bij cliënten ‘het emmertje’ soms vol is omdat de wereld voor hen moeilijk te begrijpen is. Dan moet je dichtbij willen blijven en kunnen zien dat de cliënt het even niet alleen redt. Op zo’n moment moet je rust kunnen bieden en er voor hem of haar zijn. Tegelijk moet je aangeven welk gedrag eventueel niet kan. De kunst is om daar een balans in te vinden.”

Ontwikkelen vanuit eigen veiligheid

Dave: “Het gaat allemaal om veiligheid. Voelt een cliënt zich veilig bij jou? Als ik kijk naar een jaar geleden dan waren er cliënten waarvan ik dacht: oké, ik kan jou nu niet benaderen. Bij één cliënt heb ik wel zeven maanden nodig gehad voordat hij zich bij mij veilig kon voelen. Hij kwam wel in mijn buurt, maar wanneer ik alleen met hem was, wist hij zich geen raad met mij. Dan werd hij onrustig en kon ik merken dat hij het spannend vond. Nu kan ik hem bij wijze van spreken drie of vier dagen niet zien en als ik daarna op de groep kom, dan hebben we meteen een soort lijntje.”

Simone: “Cliënten hebben een sociaal emotionele ontwikkeling van tussen de zes en achttien maanden. Een gevoel van veiligheid is dus heel belangrijk. Het kost tijd dit op te bouwen. Als je eenmaal die veilige band hebt, kun je samen veel doen, van een stuk fietsen tot lekker samen stoeien. Dan kun je er écht zijn voor een cliënt. Ook wanneer het soms even minder makkelijk gaat. In die situaties laat de cliënt je dan ook toe. Samen onderga je dan dat moment, je blijft liefdevol bij de cliënt, je bent warm en zacht en helpt hem of haar er doorheen. Soms door gewoon naast iemand te gaan staan of zitten.”

Een triomf van pindakaas

Barry: “Na het werk praat je met elkaar over wat er wel en niet goed ging. Als je dan vertelt wat er goed ging en gelukt is, dan is iedereen blij. In eerste instantie voor de cliënt, maar ook voor de mensen die het gelukt is om iets voor elkaar te krijgen.”

Dave: “De cliënten leren in kleine stapjes. Voor de buitenwereld vaak niet eens zichtbaar, maar voor een cliënt een enorme prestatie.”

Simone: “Een van onze cliënten kan tegenwoordig zelf zeggen wat hij op brood wil. Hij zegt dan ‘kaas’, ‘pindakaas’ of ‘boter’. Op zo’n moment zit ik met een big smile naast hem en denk: wat knap dat je dit nu kunt. Ik kan nu tegen hem zeggen: ga jij maar lekker zitten, ik regel het eten wel. Voorheen begreep hij die situatie niet. Nu gaat hij gewoon ontspannen zitten wachten. Een andere cliënt kan nu, voor het wandelen, zelf zijn jas pakken en wachten bij de deur. Dat ging twee jaar geleden gepaard met veel gedoe. De overgang naar zo’n activiteit was toen te onoverzichtelijk voor hem. Nu gaat dat dus wel. Dat zijn zulke leuke momenten.”

Dave: “Dat zijn dus die kleine stapjes die de buitenwereld niet of nauwelijks ziet. Want ja, wat betekent het nou eigenlijk wanneer iemand kan zeggen dat hij pindakaas op zijn brood wil. Of rustig zijn jas kan pakken voor het wandelen. Voor een cliënt betekent dat dus heel veel. Een aantal jaren geleden was er meer één-op-één-begeleiding dan nu. Nu zie je dat er veel meer dingen samen gebeuren, in groepjes. In die zin hebben we echt stappen gemaakt. We gaan samen naar buiten, drinken koffie en zitten met een aantal cliënten samen aan tafel voor de lunch. Dat hebben we met elkaar bereikt.”

Simone

“Ik wilde bij de politie. Ik heb toen de vooropleiding van de politie gedaan, maar kon alleen gaan werken in regio’s die ver weg waren. Daar werd ik, vanwege de grote reisafstand, niet erg enthousiast van. Ik heb toen een dagje meegelopen met mijn schoonzus. Die werkte ook in de zorg, op Midgard. Daar heb ik negen jaar met veel plezier gewerkt. Uiteindelijk was het tijd voor een nieuwe uitdaging. Ik heb toen geholpen bij het opzetten van een woonhuis voor cliënten. Ik kon er mijn draai niet vinden en ben verder gaan zoeken. Zo ben ik op AC Buitenhof terechtgekomen. Het werk is een uitdaging voor mij. De rust vinden voor cliënten en van daaruit een activiteit ondernemen is erg leuk. Onze cliënten kunnen zich steeds verder ontwikkelen en dat ondersteunen we met een fantastisch team. Daar word ik heel enthousiast van.”


Het zit ‘m in de kleine dingen

Dat ik in de gehandicaptenzorg wilde werken, wist ik eigenlijk mijn hele leven al. Van jongs af aan leek het mij geweldig.” Amber van Musscher (24) vertelt enthousiast over de aantrekkingskracht die het werken met mensen met een beperking op haar had. Vooral het werken met moeilijk verstaanbaar gedrag en agressie trok haar enorm. Ze was dan ook teleurgesteld toen ze tijdens haar opleiding MBO Verzorgende IG (Individuele Gezondheidszorg) een stage moest lopen bij mensen met een ernstig meervoudige beperking (EMB). “Ik keek op de website en het leek mij niet heel leuk”, vertelt Amber. “Het lage niveau van de mensen betekende voor mij dat je niet echt veel met hen kon doen. Ik dacht dat zij alleen maar in hun rolstoel zaten. Het leek mij gewoon niet interessant.”

Dat niet alles is wat het lijkt, gold ook voor Ambers stage. “Het kennismaken vond ik spannend,” vertelt Amber, “mensen met EMB zien er soms anders uit en ik vond het moeilijk hen te begrijpen.” Nu zeven jaar later staat Amber in het appartement van een van haar cliënten. Speels trekt ze een pakje kloppudding open. Het poeder stuift een mierzoete frambozengeur de ruimte in. Amber vertelt vandaag over haar ervaringen in de zorg en waarom ze na haar stage niet meer weg wilde. De drie cliënten die om haar heen staan, mogen om de beurt even aan het blauwe doosje ruiken. Dr. Oetker staat erop.

In het begin

“Tijdens de eerste twee weken van mijn stage mocht ik meekijken”, vertelt Amber. “Zien hoe ervaren mensen hun werk doen.” Na korte tijd werd Amber gegrepen door de mooie kanten van het werk en sloeg haar aanvankelijke terughoudendheid om in enthousiasme. “Je krijgt tijdens je werk zoveel terug van mensen”, vertelt Amber terwijl ze, met de maatbeker op ooghoogte, secuur de melk voor de pudding afmeet. “Het zit ‘m vaak in hele kleine dingen. Die zie je niet wanneer je de mensen niet goed kent. Je moet het leren zien.” Ondertussen werkt Amber al zeven jaar bij Zuiderlicht, een woonvoorziening voor mensen met een ernstig meervoudige beperking.

Wennen

“In het begin vond ik het gek,” vertelt Amber, “ik was pas zeventien en moest iemand wassen. Ik was daar helemaal niet mee bezig.” Het kunnen delen van je verhaal en je ervaringen is volgens Amber belangrijk. Zeker voor mensen die nieuw zijn binnen het vak. Bij collega’s, thuis en op school, kon Amber haar verhaal kwijt.
“Natuurlijk vertel je niet over wie het gaat, maar wel over wat je meemaakt. Dat was voor mij heel belangrijk.” Het wennen aan alle nieuwe dingen ging voor Amber best snel. “Na twee keer keek ik al niet meer op van een naakt lichaam. Nu maken we, de cliënt en ik, samen lol tijdens de verzorging. We zetten bijvoorbeeld de radio aan en zingen keihard mee. Het zijn waardevolle momenten.”

Ondertussen is het roze poeder tot een papje geklopt. “Nog even in de koelkast en dan hebben we vanavond een lekker toetje”, zegt Amber. “Hoewel cliënten niet kunnen praten, kun je wel met ze communiceren”, vervolgt ze. “Victor kan bijvoorbeeld ‘ja’ zeggen met een beweging van zijn tong. We weten niet zeker of hij ons altijd begrijpt. Het kan natuurlijk ook dat hij soms reageert op de intonatie van onze stem.” Amber vraagt Victor of hij wil helpen de pudding naar de koelkast te brengen. Een haast onmerkbare tongbeweging volgt. “Dit is een ‘ja’”, zegt Amber opgeruimd. Victor vindt het fijn om stukjes te rijden en dus krijgt hij acht puddinkjes ‘in wording’ op het blad van zijn rolstoel en lopen ze samen naar de keuken. Amber duwt en Victor zorgt dat de met roze gevulde glazen niet vallen.

Voorbij de rolstoel kijken

Terwijl Victor achterblijft in de aan de keuken grenzende woonkamer, loopt Amber terug naar het appartement. Amber: “Een van de belangrijkste dingen in het werk is dat je verder leert kijken dan een rolstoel. Als het in mijn omgeving over gehandicapten gaat, dan hoor ik vaak dat mensen alleen maar denken aan kwijlende cliënten. Dat beeld klopt helemaal niet. Het werken met mensen met een handicap gaat over hele andere dingen. Je moet voorbij de rolstoel kijken, dan kun je de mens leren zien. Wanneer je dat lukt, is het werk echt een verrijking.”

Verdriet

Hoewel het niet vaak voorkomt, overlijden er soms cliënten. Dat is voor alle betrokkenen een aangrijpende gebeurtenis. Ook voor Amber en haar collega’s. “Ik heb het in zeven jaar maar twee keer meegemaakt”, vertelt Amber terwijl ze een plek zoekt om het af te kloppen. “Laatst overleed een cliënte, ze was al wat ouder. Dat was heel intens om mee te maken. Dan merk je goed wat cliënten voor ons betekenen. We kwamen buiten onze diensten terug. Gewoon om bij haar te zitten en er te zijn. Deze cliënte had zelf bijna geen familie meer. Toen ze overleed waren we er allemaal en stonden rond haar bed. Er was verdriet en tegelijk was het heel mooi. De andere cliënten waren allemaal rustig. Ze voelden aan dat we verdrietig waren.”

Wat je doet ben je zelf

Ook de praktische begeleiding van stagiaires behoort tot het werk van Amber. Vanuit haar eigen ervaring helpt zij mensen het vak te leren. “We doen de verzorging van cliënten in het begin altijd samen”, vertelt Amber. De manier waarop ze hierover vertelt stelt je op je gemak. Hier is ruimte om te leren, dat kun je voelen. Ze begrijpt wat er als stagiaire op je af komt en de onzekerheid die het werk met zich mee kan brengen. Haar manier van praten is integer, respectvol en open. Het geeft je vertrouwen, een dit-kan-ik-gevoel.

Terwijl Amber de pudding-attributen opruimt, is ze steeds bezig met de cliënten. Ze betrekt ze bij wat ze doet. Even iets op het blad van hun rolstoel leggen, een lach, een likje pudding laten proeven, het zijn kleine dingen. Kijkend zie je wat haar drijft. Verborgen in het volle zicht toont zich, voor wie het zien wil, de band tussen haar en de cliënten. Een op genegenheid gebaseerde relatie. Een uiting van een vakkundigheid die bovenal een manifestatie van haarzelf is. Dit is wat haar voldoening geeft. Dit is wat kloppudding zoveel meer maakt dan roze drab. Het is aandacht, liefdevolle aandacht. Het is klein en groot tegelijk. Het is de zorg voor mensen, het Zuiderlicht en samen pudding kloppen. Niet vanwege de pudding, maar vanwege het samen. En zo eten de cliënten vanavond roze kloppudding als toetje. Kloppudding van Amber, van haar cliënten en van Dr. Oetker.

 


Werken met kleurrijke mensen

Op zijn scooter rijdt hij van hot naar her. Zijn werkgebied Alkmaar-Bergen-Stompetoren is te groot om op de fiets te doen en met een auto de binnenstad van Alkmaar in, is niet praktisch. Op de scooter dus. Melvin de Niet (29) is ambulant cliëntbegeleider bij het cluster Zonneheuvel en ondersteunt 20 cliënten met een verstandelijke beperking of psychische problematiek. Hij geniet van de uitdagingen en de vrijheid in zijn werk en zijn dagelijkse ontmoetingen met, zoals hij zelf zegt, ‘kleurrijke mensen’.

Mensen met kleur

Aanvankelijk wilde Melvin onderwijzer worden. Meester Melvin. Gaandeweg ontdekte hij dat zijn interesse meer lag bij het ondersteunen van kinderen die binnen het reguliere onderwijs niet mee konden komen.

“De gehandicaptenzorg leek mij helemaal niks.”

Hij liet zijn oog vallen op ‘Schoolmaatschappelijk werk’ en vervolgde zijn studie op de opleiding ‘Maatschappelijk werk & Dienstverlening’. Tijdens een van zijn stages kwam Melvin terecht bij Fermento waar hij werkte met mensen met een verstandelijk beperking. “De gehandicaptenzorg leek mij helemaal niks”, hijgt Melvin die z’n work-out weer hervat heeft. “Ik dacht daarbij eigenlijk alleen aan mensen met het Syndroom van Down en lichamelijke verzorging daar wilde ik al helemaal niets mee.”

Het werk bij Fermento liet Melvin een hele andere kant van de gehandicaptenzorg zien. Hij ontdekte dat mensen met een beperking bijzonder kleurrijk en divers zijn en dat hij veel voor hen kon betekenen. Met een klein beetje sturing en aanmoediging kon hij hen helpen boven zichzelf uit te stijgen. Op deze manier liet Melvin mensen groeien en konden ze hun werk met plezier doen.

Schakelen

Tijdens zijn tweede stage kwam Melvin terecht bij Zonneheuvel. Hier werkt hij nu zo’n acht jaar. In het begin parttime naast zijn studie en daarna een volledige baan. “De mensen waarmee ik werk, houden mij een spiegel voor, ze reageren meteen op hoe ik doe”, aldus Melvin. In zijn werk is het daarom belangrijk aangesloten te blijven bij de ander en goed in de gaten te houden hoe iemand in z’n vel zit. De relatie tussen hem en de cliënt is voor Melvin altijd de basis van zijn werk. Pas dan kan hij iets betekenen. “Hiervoor moet ik goed kunnen schakelen tussen verschillende stemmingen en karakters,” vertelt Melvin, “als dat lukt, geeft een bezoek mij heel veel voldoening en ga ik met een glimlach weer weg.”

De cliënten die Melvin begeleidt zijn zeer divers. Jong en oud, mensen met een verstandelijke beperking of juist een meer psychiatrisch beeld. “Het ene moment werk ik met iemand die jong is en graag zelfstandig wil gaan wonen, het volgende moment met een ouder iemand die worstelt met vragen omtrent de kwaliteit van leven”, aldus Melvin. Het werk is voor hem afwisselend en uitdagend. Hulpvragen zijn altijd weer anders en daarmee de ondersteuning die hij biedt ook.

Teamwork

Het begeleiden van mensen gebeurt in vaste duo’s. Melvin en een van zijn collega’s gaan beurtelings langs bij cliënten. Een dergelijke aanpak biedt meerwaarde. Op deze manier kan een cliënt kiezen met wie hij of zij over een onderwerp wil praten. Soms bespreken cliënten bepaalde onderwerpen graag met een man, terwijl ze anderen zaken juist liever met een vrouw bespreken. Door te werken in duo’s is dit vaak mogelijk wat de zorg en begeleiding van cliënten ten goede komt.

Het bespreken van persoonlijke onderwerpen is een belangrijk onderdeel van het werk. Vragen over seksualiteit of opvoeding voelde voor Melvin aanvankelijk soms ongemakkelijk aan. Hij was zelf begin 20 en ten aanzien van bepaalde thema’s zelf nog volop zijn weg aan het zoeken. “Ik werk met mensen die een behoorlijk complex en hectisch leven hebben. Toen ik 23 was begeleidde ik een jongen met harddrugsproblematiek. Hij had een dochtertje. Ik moest hem opvoedingsondersteuning geven. Dat kon best heftig zijn. Daarin moest ik zeker groeien”, vertelt Melvin.

Naast het werken in duo’s, maakt Melvin deel uit van een groter team. Binnen het team kunnen teamleden zich specialiseren. Dit kan op veel verschillende gebieden. Denk bijvoorbeeld aan opvoedingsondersteuning, of, zoals Melvin heeft gedaan, aan specialisaties op het vlak van middelengebruik en psychiatrie. Door op deze manier te werken zijn er binnen het team veel verschillende expertises beschikbaar en kan men een breed scala aan hulpvragen het hoofd bieden.

Balans

Mentaal vergt het werk ook het nodige van Melvin. De problemen waarmee hij geconfronteerd wordt, zijn vaak niet mis. Daardoor is het soms niet makkelijk om dingen los te laten. Sporten is voor Melvin dan ook belangrijk. Door fysiek bezig te zijn kan hij de balans tussen werk en privé bewaken. “Doordat ik in mijn werk fysiek weinig inspanning lever, vind ik het prettig om regelmatig te sporten”, vertelt Melvin. “Dan ben ik even helemaal in het moment en kan ik ervaringen verwerken of ploppen er juist ideeën op. Dingen die we met cliënten nog kunnen uitproberen.” Het sporten houdt Melvin ook mentaal scherp. “Dankzij het sporten kan ik alert blijven. Dat heb ik in mijn werk nodig om er voor cliënten te kunnen zijn.”

Toen Melvin net begon met werken vond hij het moeilijker om de balans tussen werk en privé te vinden. “Alles is leuk en uitdagend en daardoor neem je soms net te veel hooi op je vork”, aldus Melvin. “Toen ik begon was alles nieuw en vergat ik af en toe mijn rust te pakken. Daardoor bleef ik te veel met mijn werk bezig. Dat leerde ik uiteindelijk anders te doen. Dat is belangrijk want daardoor kan ik meer voor een cliënt betekenen.”

Voldoening

Dankzij de begeleiding die Melvin en zijn collega’s geven, komen mensen verder in hun leven. Het laten groeien van mensen en hen meer mogelijkheden geven, is voor Melvin een belangrijke drijfveer in zijn werk. “Je ziet mensen verder komen en dat ze meer gevoel van eigenwaarde krijgen,” vertelt Melvin. “Eerst kan een cliënt bijvoorbeeld niet werken. Stapje voor stapje helpen we iemand dan verder. Wanneer die cliënt uiteindelijk vier dagen per week met veel plezier aan de slag is en meer zelfwaardering heeft, dan geeft mij dat een gelukkig gevoel. Ik ben blij dat ik daar getuige van mag zijn.”

 


Tjomme vindt het leuk zo

Tjomme Wijnia (Senior cliëntbegeleider cluster de Waaier):

Wat er precies in de taakomschrijving van een senior cliëntbegeleider staat? Tjomme Wijnia heeft geen idee, al vervult hij de functie met verve: “Het mooie aan Esdégé-Reigersdaal is dat je jezelf mag zijn. Dat houd ik anderen ook voor: doe het op je eigen manier.” Hij is ‘senior’ van één van de teams van cluster de Waaier in Den Helder. Hij coacht en is de schakel tussen team en clustermanager. En zie vooral zijn ‘helicopterview’ niet over het hoofd…

Informeel maar niet vrijblijvend

Zijn seniorschap voltrekt zich snel en informeel. “Maar niet vrijblijvend!” corrigeert hij. “Kijk, ik ben geen lijnfunctionaris, ik heb geen beslissingsbevoegdheid. En daar ben ik blij om, want als het spannend wordt, hoef ik geen partij te kiezen. Maar ik bespreek met de teamleden wel knelpunten. Dan gaan we even samen zitten, komen snel to the point en –hup!- weer verder. Ik heb daar geen aparte uren voor. Dat gaat bij wijze van spreken aan de keukentafel, maar het is wel meer dan een gesprekje tussen neus en lippen door.”

Onderlinge klik

Wat Tjomme probeert te brengen als senior cliëntbegeleider is dat hij goed op de hoogte is wat er speelt in het team, dat hij veel aanwezig is en goed bereikbaar en dat hij flexibel is. Het levert hem invloed op het team en het teamproces op: “Moet er iets veranderen? Moet er een collega bijkomen? Dat kan ik meebepalen, ook omdat ik de schakel ben tussen team en clustermanager. Maar overdrijf dat niet, hoor, want ik ben vooral een collega. Je moet als senior, als coach, makkelijk met mensen kunnen omgaan. De onderlinge klik en de humor tellen misschien nog wel het zwaarst. Die leveren mij en het team energie op en komen zo de cliënten ten goede.”

Werkvloer

De enige formele invulling van het senior zijn is het maandelijks overleg tussen senioren en clustermanager. Voor Tjomme is dat genoeg, want hij is het liefst op de werkvloer. Het contact met cliënten en collega’s geeft hem energie. Bij andere clusters heeft hij senior cliëntbegeleiders gezien, die drie keer per week op kantoor zitten.

Plafond

Zijn volgende stap? “Ik vind het zo wel leuk genoeg voor mij.” Grote grijns… “Je moet toch ook je eigen plafond kennen, niet? Een volgende stap zou al snel betekenen meer vergaderen, meer overleg met instanties en de gemeente, meer achter de computer… Dat is allemaal niets voor mij. Ik wil het voortdurend contact met de werkvloer vasthouden. Senior zijn is prima, maar ik ben vooral cliëntbegeleider. In de adressenlijst sta ik ook niet als senior cliëntbegeleider. Wel als cliëntbegeleider.”


Het geeft echt een kick

 

Rony Kolster (Cliëntbegeleider locatie Klokketuin):

“Mijn vader zit in de zorg, mijn tante zit in de zorg, ik heb een oom met een beperking… De zorg hoort bij mijn familie.

Omzwervingen

Maar ik deed mbo commerciële economie. Ik wilde veel geld verdienen. Daarna wilde ik ook nog sportmanagement gaan studeren. Maar bloed kruipt waar het niet gaan kan en nu zit ik toch in de zorg.” Lachend vertelt Rony over zijn omzwervingen die uiteindelijk toch tot de SPH leidden. Na zijn stages bij cluster Zonneheuvel kon hij gelijk aan de slag als begeleider. Inmiddels is hij cliëntbegeleider.

Doelen bereiken

“Ik vind het leuk om samen met ‘mijn’ cliënten plannen te bedenken en doelen te bereiken. Al zijn ze nog zo klein. Zoiets als een keer naar de tandarts gaan, of op tijd opstaan kan voor iemand al een overwinning zijn. Dat geeft zo’n voldoening bij de mensen die je ondersteunt en ook bij mezelf. Het geeft echt een kick.

In een deuk

Ik probeer ook veel met humor te doen. Een van mijn cliënten heeft een grote rode knop op de eettafel liggen en als je daar op drukt roept een stem ‘that was easy!’. Daar drukken we dan heel vaak achter elkaar op en dan liggen we in een deuk. Dan is veel geld toch eigenlijk ook niet meer zo belangrijk.”

 

< vorig verhaal  volgend verhaal >

Facebook Twitter Linkedin